Nederlandse huishoudens hebben samen maar liefst 666 miljard euro op hun bankrekeningen staan, tegenover 234,2 miljard euro aan beleggingen. Dat blijkt uit cijfers van De Nederlandsche Bank over het tweede kwartaal van 2026. Een opvallend verschil, zeker nu de inflatie van 3,3% de koopkracht van spaargeld onder druk zet.
Dat spaargeld staat daar niet zonder reden. Het is uw buffer, uw reserve voor de kinderen, de opbrengst van een verkocht bedrijf of simpelweg geld waar u nog geen besluit over heeft genomen. Maar bij een inflatie van 3,3% kost stilstaan geld, ook als het saldo op uw afschrift gelijk blijft.
In dit artikel zetten we de cijfers op een rij, rekenen we voor wat stilstand daadwerkelijk kost, en zetten we drie routes naast elkaar voor vermogen dat wél moet werken. Dit artikel is bedoeld als uitleg en is uitdrukkelijk geen beleggings- of fiscaal advies; voor uw eigen situatie raadpleegt u een professioneel adviseur.
De cijfers: een scheve verhouding
De Nederlandsche Bank houdt bij hoeveel Nederlandse huishoudens sparen en beleggen. Het beeld over het tweede kwartaal van 2026 is op twee manieren opvallend.
Ten eerste de beweging. De waarde van de beleggingen steeg met 12% naar 234,2 miljard euro. Dat is de sterkste kwartaalstijging sinds DNB deze cijfers in 2018 is gaan bijhouden. Van de 8,4 miljoen Nederlandse huishoudens belegt inmiddels 2,2 miljoen.
Ten tweede de verhouding. Ondanks die groei is het spaargeld met 666 miljard euro nog altijd bijna drie keer zo groot als alle beleggingen samen. De meeste huishoudens beleggen dus helemaal niet, en van wie het wel doet, staat het grootste deel van het vermogen nog steeds op een spaarrekening.
Die verhouding zegt iets. Niet dat Nederlanders het verkeerd doen, maar dat voorspelbaarheid voor veel mensen zwaarder weegt dan opbrengst.
Wat kost stilstand bij 3,3% inflatie
De inflatie kwam in augustus 2026 uit op 3,3%, na 3,2% in juli. Dat cijfer leest u overal terug, maar wat het voor uw eigen vermogen betekent, staat er zelden bij.
Het begrip dat u nodig heeft is reëel rendement: het deel van uw opbrengst dat overblijft nadat de inflatie zijn deel heeft genomen.
We geven u een rekenvoorbeeld. Stel dat u 100.000 euro op een spaarrekening heeft staan tegen 1,5% rente. Aan het einde van het jaar staat er 101.500 euro. Op papier bent u vooruitgegaan. Maar met 3,3% inflatie is die 101.500 euro nog ongeveer 98.200 euro waard in de koopkracht van vandaag. U bent er in werkelijkheid ruim 1.800 euro op achteruitgegaan.
Hoe hoger het bedrag en hoe langer de periode, hoe groter dat verschil wordt. Bij een half miljoen over vijf jaar loopt het in de tienduizenden euro’s. Precies daarom is stilstand geen neutrale keuze, maar een keuze met een prijskaartje.
Let op: dit is een rekenvoorbeeld met een aangenomen spaarrente. Uw eigen rente en uw eigen situatie kunnen afwijken, en over vermogen boven de vrijstelling betaalt u daarnaast belasting in box 3.
Waarom blijft het geld dan toch staan?
Als de rekensom zo duidelijk is, waarom blijft er dan een recordbedrag staan? In gesprekken komen steeds dezelfde drie redenen terug.
De eerste is de fiscale onduidelijkheid. Het wetsvoorstel voor een heffing op werkelijk rendement ligt bij de Eerste Kamer, maar de discussie is nog niet gesloten. Het kabinet oriënteert zich op een stelsel waarin pas wordt geheven op het moment van verkoop. Wachten op duidelijkheid voelt verstandig, maar de tijd loopt ondertussen door.
De tweede is koersstress. Wie het idee heeft dat het alternatief voor sparen automatisch de beurs is, en niet elke dag naar een koers wil kijken, kiest liever voor niets doen.
De derde is eenvoudiger: er is nooit een moment geweest om er echt naar te kijken. Vermogen komt vaak in één keer vrij, bij een bedrijfsverkoop, een dividenduitkering of een erfenis, en belandt dan op een rekening waar het blijft staan.
Drie routes naast sparen
Voor het deel van uw vermogen dat een aantal jaren kan blijven staan, zijn er grofweg drie routes. Ze verschillen in opbrengst, in risico en vooral in hoeveel aandacht ze vragen.
Beleggen in beursgenoteerde producten. Aandelen, obligaties en fondsen zijn goed gespreid, dagelijks verhandelbaar en over lange periodes historisch renderend. Daar staat tegenover dat de waarde meebeweegt met de markt en dat u een slecht jaar moet kunnen uitzitten. Rendement uit het verleden zegt bovendien niets over de toekomst.
Vastgoed in eigendom. U koopt een pand en ontvangt huur. Tastbaar en begrijpelijk, maar het vraagt kapitaal, kennis en beheer. Leegstand, onderhoud en verduurzaming komen voor uw rekening, en verkopen kost tijd.
Investeren met een vooraf afgesproken rendement en zekerheden. U leent geld uit aan ondernemers, met vastgoed als onderpand. Het rendement en de looptijd staan vooraf vast, de waarde volgt de dagkoersen niet en u heeft er verder geen omkijken naar. Daar staat tegenover dat uw geld voor de duur van de looptijd vaststaat en dat u afhankelijk bent van de kwaliteit van de leningen. Deze route is bedoeld voor vermogen dat u een aantal jaren kunt missen.
Waar let u op bij de derde route
Kiest u voor de derde route, dan zijn er vijf vragen die het verschil maken tussen een propositie beoordelen en er maar op vertrouwen:
- Sluit de looptijd aan op uw horizon? Geld dat u binnen die periode nodig kunt hebben, hoort hier niet thuis.
- Welke zekerheden staan er tegenover, en hoe zijn die vastgelegd? Vraag naar de rangorde van de hypothecaire inschrijving en naar aanvullende zekerheden.
- Wat is de LTV, de verhouding tussen het geleende bedrag en de getaxeerde waarde van het onderpand? Hoe lager, hoe meer ruimte er is als de markt tegenzit.
- Hoe is de spreiding geregeld? Uw inleg in één lening is iets anders dan uw inleg verdeeld over een portefeuille.
- Wat gebeurt er als een kredietnemer niet betaalt? Vraag naar het proces, niet naar de geruststelling.
Hoe vult Capilex dit in
Bij Capilex investeert u in leningen aan Nederlandse mkb-ondernemers. Bedrijven die willen groeien, verbouwen of overnemen, en die vastgoed inbrengen als onderpand. Wij verbinden kapitaal met kansen, zonder omwegen.
De afspraken liggen vooraf vast. U weet welk rendement is afgesproken en hoe lang de looptijd is. Tegenover de financiering staat vastgoed als onderpand, waarbij een hypotheek wordt gevestigd via inschrijving van de notariële akte. Aanvullend werken wij met een persoonlijke borgtocht en verpanding van bedrijfsmiddelen. De uitkering vindt per kwartaal plaats.
Zo worden de risico’s zoveel mogelijk beperkt. Dat is geen belofte dat er nooit iets kan gebeuren, want investeren kent altijd risico. Het is wel een manier om vooraf duidelijk te maken waar u aan toe bent, en om er iets concreets tegenover te zetten als het tegenzit.
Welke propositie past, hangt af van uw situatie: van uw horizon, van hoeveel beweging u accepteert en van wat u met dit deel van uw vermogen wilt bereiken. Dat gesprek voeren wij liever vooraf dan achteraf.
Contact
Wilt u weten welke investeringspropositie van Capilex past bij uw profiel?
Doe de investeerdersscan of plan een vrijblijvend gesprek.


